|
Door Homerus in zijn Ilias bezongen Als dapperste en grootste Griekse held. Wiens heldendaden in de strijd om Troje ’t Geschiedboek ons met gulden lett’ren meldt. We nemen hem, Achilles, steeds als voorbeeld. Te allen tijde vindt men ons bereid Voor Achilles onze kracht te geven; Eendrachtig werpen wij ons in de strijd.
Refrein: Hup Achilles, hup Achilles Roept ’t publiek dan aan de lijn. Onvermoeibaar zwoegen w’allen; Ons moet d’overwinning zijn. Tegenspoed kan ons niet deren. We zweren, met geheel ons hart, Trouw aan onze club "Achilles", Aan de kleren Rood en Zwart.
Tot groei en bloei van ons geliefd Achilles Werken we eensgezind en prettig saam. "Sportiviteit", de ons bekende leuze, Is waarborg voor een onbevlekte naam. Het ideaal, dat ieder in zich meedraagt, Het ideaal, waar ieder lid naar streeft, Is, dat de naam van ons Rood-Zwart Achilles Weer, als voorheen, op ieders lippen zweeft.
Refrein
Heil ons Rood-Zwart, hoog de Achilles-kleuren. Eens komt, als in de goede, oude tijd, Achilles weer, met wapp’rende banieren, Met roem beladen uit de voetbalstrijd. We volgen dan, fier opgericht, het vaandel, Dat we verdedigen met hand en tand. En juichend zal alom de roep weerklinken: "Achilles, kampioen van Nederland."
Refrein
(melodie onbekend)
|